Resultaten (17)
Gebogen houding bij selecteren en koppen. (Arbocatalogus - Bloembollenteelt en handel)
In de bloembollensector wordt bij verschillende werkzaamheden in gebogen houdingen gewerkt. Denk aan het planten, selecteren en koppen. Deze werkzaamheden zijn sterk seizoensgebonden en komen soms slechts enkele dagen tot enkele maanden per jaar voor. Over het algemeen wordt er afgewisseld tussen een gebogen en rechtopstaande houding. Afhankelijk van de duur, de frequentie en de omstandigheden waaronder dit gebeurt, kan dit met name rugklachten veroorzaken.
Gebogen werkhoudingen tijdens het oogsten. (Arbocatalogus - Akkerbouw en vollegrondsteelt)
Vooral gedurende de periodes van planten, oogsten en verwerking is de werkdruk hoog en worden medewerkers lichamelijk zwaar belast. De gebukte houding bij de oogst van onder andere koolsoorten is een knelpunt.
Geboortebegeleiding. (Arbocatalogus - Melkvee en graasdieren)
De geboorte van kalveren is altijd weer een bijzondere gebeurtenis. Het begeleiden van de geboorte kan lichamelijk erg belastend zijn.
Gedrag en veiligheid. (Arbocatalogus - Mechanisch loonwerk)
Bedrijven die hun technologie en (veiligheids)organisatie goed op orde hebben, zoeken de verbetering vooral in het gebruik ervan door de medewerkers.Ongevallen en incidenten hebben vaak meerdere oorzaken, waaronder gedrag. Prikkels uit de omgeving sturen grotendeel het gedrag, dat betekent dat het gedrag onbewust plaats vindt.Gedrag stuurt gedrag. In organisaties waar onveilig gedrag vertoond wordt, is de kans groot dat dit onveilige gedrag (onbewust) beloond wordt door de organisatie.
Gedrag fokrammen. (Arbocatalogus - Melkvee en graasdieren)
Het gedrag van fokrammen kenmerkt zich door het moeilijk benaderbaar zijn en het snel overgaan tot het uitdelen van kopstoten aan indringers. Met name voor kinderen en bejaarden kan dit tot onveilige situaties leiden.
Geluid. (Arbocatalogus - Hoveniers en Groenvoorziening)
In de hovenierssector wordt regelmatig gebruik gemaakt van motorisch aangedreven handgereedschap, trekkers met aanbouwwerktuigen en zelfrijdende machines. Bij een deel van deze werkzaamheden wordt de norm voor schadelijk geluid, (80 dB(A)) overschreden. Afhankelijk van het aantal decibels, de toonhoogte en de blootstellingsduur kan daardoor blijvende gehoorschade optreden, tenzij er gehoorbescherming gedragen wordt. Enkele voorbeelden van bijkomende risico’s zijn stress, vermoeidheid, verminderde concentratie, niet meer waarnemen van signalen en stijging van bloeddruk en hartslag. Lawaai verhoogt ook de kans op ongevallen.
Geluid. (Arbocatalogus - Paardenhouderij)
Er komen op paardenhouderijen werkzaamheden voor waarbij de schadelijke grens van 80 dB(A) kan worden overschreden. Als voorbeelden kunnen genoemd worden onderhoudswerk aan erf, stallen en overige gebouwen met gebruik van onder andere elektrische handgereedschappen (bijvoorbeeld boormachines/slijptol), bladblazer, bosmaaier, hoge drukspuit. Het rijden op een open trekker,(diesel) heftruck afhankelijk van type, een bobcat of shovel. Ook sommige typen (hand/zit) maaimachines, rijbaan egalisatoren produceren meer dan 80 decibel. Afhankelijk van het aantal decibels, de toonhoogte en de blootstellingsduur kan er blijvende gehoorschade optreden. Er zijn bijkomende risico’s door lawaai voor een verhoogde bloeddruk, vermoeidheid en concentratieverlies. De productiviteit van medewerkers met gehoorschade ligt lager en het verzuim hoger. Lawaai verhoogt ook de kans op ongevallen.
Geluid. (Arbocatalogus - Bos en Natuur)
In de bos- en natuursector wordt regelmatig gebruik gemaakt van trekkers, aanbouw- en zelfrijdende machines of motorisch aangedreven handgereedschap. Bij een deel van deze werkzaamheden wordt de norm voor schadelijk geluid, (80 dB(A)) overschreden. Afhankelijk van het aantal decibels, de toonhoogte en de blootstellingsduur kan blijvende gehoorschade optreden. Schadelijk geluid verhoogt ook de kans op ongevallen, onder meer omdat mensen onderling minder goed kunnen communiceren en naderend gevaar (machines, verkeer en apparaten) en waarschuwingssignalen minder goed hoorbaar zijn. Enkele voorbeelden van bijkomende risico’s zijn stress, vermoeidheid, verminderde concentratie en stijging van bloeddruk en hartslag.
Geluid. (Arbocatalogus - Mechanisch loonwerk)
In de loonwerksector wordt regelmatig gebruik gemaakt van trekkers, aanbouw- en zelfrijdende machines of motorisch aangedreven handgereedschap. Bij een deel van deze werkzaamheden wordt de norm voor schadelijk geluid, (80 dB(A)) overschreden. Afhankelijk van het aantal decibels, de toonhoogte en de blootstellingsduur kan blijvende gehoorschade optreden tenzij er geschikte gehoorbescherming wordt gedragen. Enkele voorbeelden van bijkomende risico’s zijn stress, vermoeidheid, verminderde concentratie, niet meer waarnemen van signalen en stijging van bloeddruk en hartslag. Lawaai verhoogt ook de kans op ongevallen.
Gewasbescherming. (Arbocatalogus - Glastuinbouw)
Gewasbeschermingsmiddelen (biologisch en chemisch) kunnen bij onjuiste toepassing leiden tot gezondheidsrisico's op de korte en langere termijn. Denk aan aandoening van de hersenen (organisch psychosyndroom, ook wel schildersziekte genoemd), onvruchtbaarheid en allergieën. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen via de huid, de longen en via eten en drinken (geen schone handen) het lichaam binnenkomen.
Gewasbescherming. (Arbocatalogus - Mechanisch loonwerk)
Gewasbeschermingsmiddelen en biociden mogen worden gebruikt nadat deze zijn toegelaten (www.ctgb.nl). Bij deze toelating worden hoge eisen gesteld aan de tekst op het etiket van elke verpakking. Het lezen van dit etiket is van groot belang. Ondanks de eisen die gesteld worden bij toelating van de middelen, kan blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en biociden leiden tot verschillende gezondheidsklachten, zowel op korte als op lange termijn. Dus is zorgvuldig handelen van groot belang. Blootstelling komt voor bij: doseren, mengen en laden, toepassen en contact met gewassen die behandeld zijn en machinedelen of apparatuur en beschermingsmiddelen die vervuild zijn. Dit stuk handelt over het voorkomen of beperken van blootstelling aan gewasbeschermings-middelen en biociden.
Gewasbeschermingsmiddelen coaten. (Arbocatalogus - Tuinzaadbedrijven)
In dit arboblad is het minimumniveau voor de persoonlijke beschermingsmiddelen beschreven. Organisaties kunnen ervoor kiezen hier in positieve zin van af te wijken. Gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan door blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via: • De luchtwegen (inademing van stof of dampen). • Huid (door huidopname omdat veel gewasbeschermingmiddelen door de gave huid kunnen worden opgenomen) . • De mond (door inslikken bij eten/ drinken met ongewassen handen). De gezondheidsrisico’s kunnen variëren van: • Directe effecten: prikkeling, irritatie, bijtend effecten op ogen, huid, luchtwegen. • Lange termijn effecten: bij jarenlange blootstelling aantasting lever, nieren, zenuwstelsel, huid, allergie e.d.. Of er gezondheidrisico’s kunnen optreden hangt af van de schadelijkheid van een stof en de blootstelling. Meestal is het zo dat hoe meer je van een stof opneemt, des te groter is de inwerking op de gezondheid.De meeste gebruikers denken dat blootstelling via de ademhaling veruit de meeste risico’s oplevert. Onderzoek wijst evenwel uit dat opname via de huid zeker zo groot is als via de ademhaling. Overigens verdampen normaliter de gewasbeschermingsmiddelen die voor Coating gebruikt worden niet of nauwelijks. Blootstelling aan de gewasbeschermingsmiddelen door inademing treedt dus m.n. op door blootstelling aan stof bij aanmaken mengsels en schoonmaak-werkzaamheden en niet door dampen. Op het etiket en het veiligheidsinformatieblad is aangegeven als een gewasbeschermingsmiddel snel kan verdampen. Wie zonder goede voorbereiding een gewasbeschermingsmiddel toepast, loopt het risico zijn gezondheid te schaden. Om het risico te beheersen kunnen verschillende maatregelen worden getroffen o.a.: werken volgens het etiket/ wettelijk gebruiksvoorschrift, juiste keuze gewasbeschermingsmiddel, goed ingerichte aanmaakruimte, juiste en goed onderhouden en opgeslagen persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken, goede persoonlijke hygiëne.
Gewasbeschermingsmiddelen spuiten. (Arbocatalogus - Tuinzaadbedrijven)
In dit blad wordt beschreven hoe zoveel mogelijk gezondheidsrisico’s kunnen worden voorkomen door maatregelen te nemen. De genoemde maatregelen zijn afgestemd op de wettelijke eisen. Ook komen de genoemde maatregelen overeen met de huidige stand van de techniek en sluiten ze aan bij de verplichtingen van werkgevers en werknemers om op een gezonde en veilige manier het werk te doen. In dit arboblad is het minimumniveau voor de persoonlijke beschermingsmiddelen beschreven. Organisaties kunnen ervoor kiezen hier in positieve zin van af te wijken. Gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan door onjuiste toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen. Onjuiste toepassing betekent niet werken volgens de wettelijke gebruiksvoorschriften en het etiket. Hierdoor kan blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via de huid en luchtwegen en eten/drinken (vuile handen) optreden. De mogelijke gezondheidseffecten kunnen variëren van directe effecten tot effecten op de lange termijn. Directe effecten kunnen bv. zijn irritatie/bijtend voor ogen, huid en of luchtwegen. Effecten op de lange termijn na jarenlange blootstelling kunnen bv. zijn: aantasting van het zenuwstelsel, organen, weefsels, effecten op het nageslacht, allergieën. Welke effecten kunnen optreden hangt af van het middel, de blootstellingduur en de dosis waaraan men blootgesteld is geweest. De meeste gebruikers denken dat blootstelling via de ademhaling veruit de meeste risico’s oplevert. Onderzoek wijst evenwel uit dat opname via de huid zeker zo groot is als via de ademhaling. Wie zonder goede voorbereiding een gewasbeschermingsmiddel toepast, loopt het het risico zijn gezondheid te schaden. Om het risico te verkleinen kunnen verschillende maatregelen worden getroffen o.a.: juiste keuze gewasbeschermingsmiddel, goed ingerichte aanmaakruimte, juiste en goed onderhouden en opgeslagen persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken, goede persoonlijke hygiëne.
Gladheidsbestrijding. (Arbocatalogus - Mechanisch loonwerk)
Tijdens het uitvoeren van gladheidbestrijding met bedrijfsauto’s, trekkers en andere zelfrijdende machines kunnen zich verschillende gevaren voordoen, zoals gladde wegen, zachte bermen, slecht zicht, lage bruggen en viaducten, onverwachte reacties van verkeer, enz. Bovendien kan het voorkomen dat gladheid onverwacht optreed, waardoor medewerkers het werk beginnen, terwijl men onvoldoende (nacht)rust heeft gehad.
Graven bij kabels, leidingen en buizen. (Arbocatalogus - Mechanisch loonwerk)
Graafwerkzaamheden kunnen kabels, leidingen en buizen in de grond beschadigen. Dit kan een gevaarlijke situatie opleveren voor de machinist, de grondwerker en de directe omgeving. In de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netwerken (WION), ook wel de Grondroerdersregeling genoemd, zijn verplichte regels opgenomen om graafschade te voorkomen.
Grondzuigen. (Arbocatalogus - Mechanisch loonwerk)
Grondzuigmachines zijn ontworpen voor het zuigend graven van gaten en sleuven mogelijk in combinatie met reinigingswerkzaamheden. Voor bedoelde werkzaamheden is een grondzuigmachine herkenbaar aan de diameter slang (vanaf 6”) en een op afstand bedienbare zuigarm c.q. slangendrager. Tevens vallen alle alternatieve zuigmethodieken die worden ingezet voor het zuigend graven onder deze categorie. Grondzuigmachines werken zonder beschadiging van de in de bodem aanwezige boomwortels, kabels en leidingen, etc. Soms gaat het hier om besloten ruimtes. Grondzuigmachines kunnen worden ingezet in grond-, water- en wegenbouw, bij kabel en leidingbeheer, railbeheer, bij calamiteiten en bij werkzaamheden in de industrie. Dit stuk gaat niet over reinigingswerkzaamheden in de (petro)chemische omgeving.
Grote grazers en overig vee. (Arbocatalogus - Bos en Natuur)
In Nederland worden runderen, paarden, pony’s, schapen en geiten ingezet als een vorm van natuurbeheer in natuurgebieden. Het werken met deze dieren is niet zonder risico. Grazers in grote gebieden komen niet of nauwelijks in aanraking met mensen. Daardoor zijn ze wat wilder en minder berekenbaar. Ook het leven in sociale kuddes kan tot meer gevaar leiden voor de mensen die deze dieren moeten verzorgen of werkzaamheden moeten verrichten op terreinen waar deze dieren leven. Als de grazers traumatische ervaringen hebben, doordat ze verwond of gepest zijn door mensen of doordat ze onderlinge gevechten hebben meegemaakt, zijn de risico’s nog groter.